4
van 6
Achtergrond
Lees verder

Data
voor een
beter leven?

7 minuten
Een fijnere woning, betere zorg en altijd in contact met je vrienden. Stuk voor stuk voordelen van een digitale wereld. Tegelijkertijd worden we bewerkt met psychologische trucjes, bespied door onze smart-tv en misleid door fake news op onze timeline. De digitalisering heeft een schaduwzijde. Hoe nemen we die weg en zorgen we dat iedereen profiteert van de digitalisering? Vier experts spreken zich uit.
Henk Scholten is CEO bij Geodan. Hij ziet de datacollectie alleen maar toenemen. “Onlangs was een overheidsdelegatie in Californië. Daar zijn veel bedrijven gevestigd die groot zijn in geodata. Zoals het bedrijf Planet. Dat heeft een enorme hoeveelheid kleine satellieten in de lucht waarmee ze iedere 4m2 aardoppervlak elke dag fotograferen. Waar nodig kunnen ze dat met een grotere intensiteit doen. Bij een shopping mall maken ze bijvoorbeeld vaker opnamen, zodat ze continu weten hoeveel mensen en auto’s daar aanwezig zijn.”
De satellieten van Planet zijn niet groter dan een groot formaat melkpak. Ze zwermen om de aarde en meten alles wat ze kunnen ‘zien’. De foto’s kunnen verrijkt worden met andere data. “Door er informatie als diepte en hoogte aan toe te voegen of ze te correleren aan andere gegevens, kun je ontzettend veel nieuwe inzichten opdoen.” Dit soort datastromen kan niet meer door mensen worden geïnterpreteerd: hier komt machine learning om de hoek kijken. Een combinatie van kunstmatige intelligentie en slimme algoritmes, die zelf razendsnel dwarsverbanden legt. “Omdat het mogelijk is zo veel te leren uit big data wordt het alleen nog maar aantrekkelijker voor organisaties om veel data te verzamelen. Dat doen ze dus ook volop”, ziet Scholten.

68 likes voor een psychologisch profiel

De dataprofielen die grote bedrijven als Google en Facebook van ons maken, leveren goud geld op. Dat gaat allang verder dan die simplistische sneaker-advertentie die je ziet als je net online een paar sportschoenen hebt besteld. Het bedrijf Cambridge Analytica had niet meer dan 68 likes van een Facebookgebruiker nodig om een psychosociaal profiel van hem of haar te maken. Hiermee konden klanten effectief inspelen op de angsten en ambities van gebruikers. Uiteindelijk kon het campagneteam van Trump zo honderdduizenden Amerikanen bang of enthousiast genoeg maken op hem te stemmen. Melanie Peters is directeur van het Rathenau Instituut. De instelling doet sinds de jaren 80 onderzoek naar de invloed van technologie op de samenleving. “In het geval van Cambridge Analytica zijn zonder onze toestemming data over ons gebruikt. Maar het probleem is dat zelfs áls er om toestemming wordt gevraagd, we vaak niet kunnen overzien waarvoor de gegevens uiteindelijk gebruikt worden.”

Digitalisering heeft twee gezichten

En het wordt alleen maar meer. Peters: “Met 5G kunnen bedrijven straks je telefoon scannen en op basis daarvan realtime een advertentie aan je tonen. De hoeveelheid data die kan worden verzameld en de snelheid waarmee dat gebeurt, stijgt exponentieel met 5G. En daarmee groeien ook de mogelijke toepassingen. Die zijn niet altijd in het voordeel van ons gewone burgers.”
“Digitalisering heeft twee gezichten”, zegt Steven Luitjens, projectmanager bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Luitjens was de laatste jaren betrokken bij de belangrijkste beleidsstukken op het gebied van data en digitalisering, zoals de Agenda Digitale Overheid. “Vroeger stonden die bol van het optimisme. We waren blind voor de risico’s. De samenleving weerspiegelde dat sentiment: het internet was vooral iets leuks, een nice to have. Maar terwijl wij enthousiast aan het liken en aan het delen waren, gingen technologiebedrijven aan de haal met onze data.”
‘Na die fase van naïviteit en verwondering over het internet is er nu meer realiteitszin’

Experimenteren in de digitale werkelijkheid

Luitjens wordt er niet pessimistisch van. Hij gelooft nog steeds dat data en digitalisering de samenleving vooruit kunnen helpen. “Denk aan de zorg. Er komen steeds meer oudere mensen en het wordt steeds lastiger voldoende hulp te vinden om mensen gezonder en prettig oud te laten worden. Minder medewerkers moeten dus meer doen. Door routineuze taken en administratie te laten uitvoeren door digitale systemen, houden medewerkers tijd over om écht het verschil te maken. Denk aan toepassingen waarbij met sensoren de gezondheid van ouderen wordt gemonitord, zodat medewerkers elke ochtend op hun tablet zien wie extra hulp nodig heeft en wie niet.”

Mogelijkheden aangrijpen

Amsterdam is een koploper als het gaat om datatoepassingen. De gemeente verzamelt en gebruikt data over toerisme, bereikbaarheid, zorg, openbare ruimte en energie om daarmee pijnpunten in de stad weg te nemen. “We verzamelen alleen de data die we nodig hebben, nooit meer en alleen gericht op het doel. En nooit herleidbaar tot personeel, tenzij dit wettelijk verplicht is”, vertelt Ger Baron, Chief Technology Officer van Amsterdam. “Data laten bijvoorbeeld realtime zien op welke plekken in de stad het druk is. Zo kunnen we gerichter handhavers naar die plekken sturen of de schoonmaak beter inplannen.” De rol van een gemeente als dataverwerker is een heel natuurlijke, vindt Baron. “Van basisregistratie tot statistiek: data beheren is een belangrijke taak van lokale overheden. Moderne technologie maakt het mogelijk om meer data te verzamelen en er ook meer mee te doen. Persoonlijk vind ik dat je als gemeente niet anders kan dan die mogelijkheden aan te grijpen, omdat ze zo veel waarde kunnen toevoegen.”

Scholten ziet de mogelijkheden ook. “Locatiedata kunnen van grote waarde zijn. Bij rampen worden bijvoorbeeld vaak satellietbeelden gebruikt om snel accurate schattingen te maken van de schade. En gemeenten kunnen data gebruiken om echt actief hun leefomgeving te verbeteren. Bijvoorbeeld door er de verkeersdoorstroming mee te optimaliseren. Of om de beste locaties te vinden om woningen of duurzame energieprojecten te bouwen.” Uiteindelijk ziet Scholten dat er digitale kopieën van de werkelijkheid ontstaan (digital twins). Dit zijn virtuele versies van die werkelijkheid op basis van een schat aan data. Hiermee komen problemen en mogelijke oplossingen scherper in beeld. “Je kunt daarin nieuwe mogelijkheden verkennen en volop experimenteren met alle denkbare scenario’s.”

Na de naïviteit nu realiteitszin

Maar de schadelijke uitwassen, wat doen we daarmee? Laat de discussie daarover maar loskomen, vindt Luitjens. “Het ligt nu op straat en het publieke debat komt op gang. Mensen zijn zich meer en meer bewust van wat er met hun data kan gebeuren. Dat is natuurlijk een goede zaak.” Peters ziet ook dat mensen zich meer bewust worden van hun ‘data-uitstoot’. “Vroeger was de vraag: is het handig om een foto van jezelf in bikini te plaatsen op social media? Nu zijn we ons veel meer bewust van wát we precies delen en zie je onrust en protest over het misbruik ontstaan. Wat nodig is, is dat mensen dat inzicht nóg meer krijgen. Maar nog steeds kunnen we ons slecht wapenen tegen misbruik.” Luitjens: “Na die fase van naïviteit en verwondering over het internet is er nu meer realiteitszin. De lelijke kanten van deze technologie zijn zichtbaar geworden. Je ziet dat we de gevolgen overzien en overdenken.”
‘We delen al onze openbare data met de Amsterdammers, én laten zien wáár de sensoren en camera’s hangen.’
Baron ziet regelgeving als de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) als een goed middel om bedrijven beter om te laten gaan met data. Ook het vastleggen van digitale mensenrechten zoals het recht op privacy of het recht om je data te kunnen inzien, zijn volgens hem een stap in de goede richting. Aan de overheid de taak te zorgen voor regulering en toezicht. Een goed voorbeeld hiervan is Brainport Smart District in de gemeente Helmond, waar bewoners de baas blijven over hun data en ook meedenken over de toepassingen. En ook de gemeente Amsterdam is zeer transparant over de data die ze verzamelt. “We delen al onze openbare data met alle Amsterdammers én laten zien wáár de sensoren en camera’s hangen waarmee we die gegevens verzamelen. Ik ben er trots op dat we hier strengere regels hanteren dan de gangbare wetgeving.”

Magna Carta voor digitalisering

Peters is voorstander van een ‘Magna Carta voor digitalisering’, een grondwet die duidelijke afspraken tussen overheid, burger en bedrijven vastlegt. “Je zult echt helemaal bij de basis moeten beginnen. Daarnaast is goede governance nodig om erop toe te zien dat bedrijven zich ook écht aan hun afspraken houden. Natuurlijk hebben mensen ook zelf hun verantwoordelijkheid, maar ik zie hierbij toch echt een belangrijke rol weggelegd voor de overheid.”

Een vanzelfsprekende rol, maar is het ook haalbaar? Want ligt de overheid niet al ver achter op de techreuzen en beweegt de ambtelijke molen niet gewoon te traag om de snelle ontwikkelingen bij te benen? Luitjens: “Je zult met wetgeving nooit helemaal bij zijn. Wat je wel kunt doen, is duidelijke regels stellen. Van wie zijn gegevens, wat mag er wel mee gebeuren en wat niet? En geef je daar als burger toestemming voor?” De overheid experimenteert volop met het ontwikkelen van dit soort spelregels. Luitjens is zelf betrokken bij de ontwikkeling van een omgeving waarin burgers zelf moeten kunnen aangeven welke data ze wel en niet willen afstaan. “Noem het een digitale JA-NEE-sticker. Verder moeten we het recht om je te onttrekken aan dataverzameling ook beter in de wet vastleggen.”
‘We moeten af van het idee dat je als land of overheid niets kunt veranderen’

Zuckerberg komt niet naar het Torentje

Maar de grote techbedrijven in het gareel houden, kan alleen in Europees verband, vindt Scholten. Luitjens denkt dat ook: “Iemand als Zuckerberg komt echt niet naar het Torentje. Maar als de EU druk op hem uitoefent, dan luistert hij wel. Dat zijn de grootheden die indruk maken. Wil je dus iets veranderen, dan moet je ook op dat niveau regels maken”, weet hij. Daar is Baron het niet helemaal mee eens. “We moeten af van het idee dat je als land of overheid niets kunt veranderen. Dat kan namelijk wel degelijk. Amsterdam maakt bijvoorbeeld deel uit van Cities for Digital Rights, een coalitie van steden die de rechten van hun burgers proberen te beschermen. Wij vragen bijvoorbeeld app-bouwers zoals Airbnb om hun algoritme. Zo kunnen we controleren of ze niet discrimineren, de privacy van inwoners niet schaden of andere verkeerde dingen doen met hun app. Verder zijn we continu in gesprek met bedrijven over de regels voor datatoepassingen. Marktpartijen doen daar graag aan mee, omdat ze zich zo kunnen voorbereiden op regelgeving die er toch wel komt.”
‘Uiteindelijk draait omgaan met digitalisering om de vraag: wat willen we voor samenleving zijn?’
Luitjens: “Uiteindelijk draait omgaan met digitalisering om de vraag: wat willen we voor samenleving zijn? In Europa past geen systeem zoals in China, waar de overheid het monopolie op deze technologie heeft. Maar ook het Amerikaanse systeem, waarin techbedrijven de eigenaar zijn over de data die ze verzamelen, is voor ons niet wenselijk. We moeten toe naar een derde weg.” Peters heeft hetzelfde idee. “Data hebben een nutsfunctie: ze zijn haast een levensvoorwaarde geworden. En daarmee te belangrijk om alleen in handen te geven van een overheid of het bedrijfsleven.” Baron vindt dat organisaties die werken met data de plicht hebben hun handelen elke dag weer tegen het licht te houden. “Soms worden er dwarsverbanden in data gelegd die je niet hebt voorzien. Hoe ga je daarmee om? Daarom hebben we ook een privacycommissie ingesteld en ethici in dienst die dit soort toepassingen toetsen.”

Data maken de wereld beter

De digitalisering van de samenleving is de volgende grote verandering waar we voor staan. Maar hij is niet uniek, relativeert Peters. “We hebben dit soort transities eerder meegemaakt. In de jaren 80 trad de automatisering in en hadden we massawerkloosheid. Ook dat ging gepaard met veel onrust. Maar ook dat hebben we opgelost – in dit geval door massaal herscholing aan te bieden. Ook deze uitdaging kunnen we dus aan! Uiteindelijk denk ik echt dat data de wereld en daarmee ons leven beter maken. Maar werkelijke waarde creëren door digitaliseren vraagt nog veel inspanning van iedereen.”
Henk Scholten
is medeoprichter van en CEO bij Geodan, specialist in location intelligence en daarnaast hoogleraar Ruimtelijke Informatica aan de Vrije Universiteit.
Dr. ir Melanie Peters
is directeur van het Rathenau Instituut. Deze organisatie houdt zich al ruim 30 jaar bezig met onderzoek en debat over de impact van wetenschap, innovatie en technologie op de samenleving.
Steven Luitjens
is senior beleidsmedewerker bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en staat aan de basis van veel overheidsbeleid op het gebied van digitalisering en data.
Ger Baron
is Chief Technology Officer bij de gemeente Amsterdam. Hij is een van de meest prominente vormgevers van digitale stad Amsterdam.