6
van 6
Interview
Lees verder

Een
wolkenkrabber in

19 dagen

Wat houdt ons tegen?
9 minuten
In 2035 zijn er één miljoen nieuwe woningen nodig, verkondigen bouw- en woningmarktexperts. De kans is groot dat we die deadline niet gaan halen. We bouwen gewoon niet snel genoeg. Terwijl de Chinese zakenman Zhang Yue in 2015 al een flat van 57 verdiepingen in 19 dagen uit de grond stampte, duurt het bouwen van een woonwijk in Nederland soms tientallen jaren. Waarom dat zo lang duurt? Bouwers hebben niet genoeg personeel, niet genoeg materiaal, en gemeenten zijn te traag met het verlenen van vergunningen, concludeerde ING. Zijn er oplossingen? En komen die op tijd?
Om in 2035 alle Nederlanders een dak boven het hoofd te geven is er innovatie nodig. En dringend ook. Knappe koppen zoeken daarom driftig naar mogelijkheden om het bouwproces te versnellen. In de planfase maken ze kopieën in virtual reality, om woonwijken te bekijken nog voordat ze gebouwd zijn.
Ze verzinnen innovaties op uitvoerend niveau, zoals 3D-printen van beton en steenleggende robots. En ook op wetgevend niveau wordt er vernieuwd, want ook een vergunning krijgen kan en moet vlotter. Een ingenieur, de overheid en een huizenbouwer praten ons bij.
Joost Sonsma,
consultant vastgoed
bij Antea Group
Jene van der Heide,
Senior adviseur Strategie en beleid
bij Kadaster
Dasja Wickenhagen,
Directeur Nieuwbouw Concepten
bij BAM Wonen
Wandelen door je wijk
nog voor hij gebouwd is
“Antea Group doet ingenieurs- en advieswerk. We bedienen de hele keten van de fysieke leefomgeving, dus zijn bij ontzettend veel bouwprojecten betrokken. Eén ding is duidelijk: het voortraject duurt bij veel van zulke projecten onnodig lang. Om sneller te werken, passen we virtual reality en augmented reality toe om toekomstige bouwwerken vooraf te projecteren in de bestaande omgeving. Virtual engineering noemen we dat.”
“We zetten deze technologie onder andere in bij woningbouwontwikkeling. Met augmented reality maken we een projectie van iets nieuws op de bestaande werkelijkheid. Denk aan het tonen van een nog niet bestaand gebouw op locatie. Je ziet zo veel beter de impact van het bouwwerk op de werkelijke in plaats van de virtuele omgeving. Augmented reality is dus locatiegebonden. Virtual reality is dat niet, want je kan iedere locatie virtueel nabootsen. We zetten het in als we iets beleefbaar willen maken. Bovendien zijn omstandigheden in virtual reality perfect te simuleren. Je creëert een wereld waar je echt ín kan staan en waar je doorheen kunt lopen. Je maakt een wandeling door een nog niet bestaande wijk.”
“Hoe virtual engineering de woningbouw versnelt? Wanneer je een virtuele kopie – een zogenoemde digital twin – van een project maakt, zie je dingen die je anders niet opvallen. Het hele project wordt virtueel nagebootst. Tot aan de bomen aan toe. Een beeld zegt meer dan duizend woorden. Je ziet of een gebouw te dicht op een ander gebouw staat, wat de schaduw van een gebouw doet en hoe het gebied eruitziet als je er doorheen loopt. Met een mixed reality-bril – een bril met daarin een processor, zoals de Hololens – is zelfs interactie met zo’n digital twin mogelijk.”
De Hololens maakt interactie met een digital twin in virtual reality mogelijk.
“De langstdurende fase van een project, het maken van plannen, gaat zo veel sneller. De foutmarge is kleiner, plannen zijn sneller klaar. Daardoor heb je eerder een vergunning. In de uitvoeringsfase kan augmented reality ook nog gebruikt worden om te zien waar kabels en leidingen lopen. Zo voorkomt technologie dat je leidingwerk raakt. Ook dat scheelt weer tijd.”
“Virtual engineering zelf is niet de oplossing die ervoor gaat zorgen dat die één miljoen woningen op tijd klaar zijn. Een cocktail van verschillende innovaties moet dat doen. Virtual engineering is wel een belangrijk ingrediënt van die cocktail. Andere ingrediënten zijn vernieuwde wetgeving en een oplossing voor het personeels- en materiaaltekort.”
Een vergunning aanvragen
in een virtuele gemeente
“Wetten en regels zijn binnen gemeenten niet altijd even duidelijk. Uitvogelen hoe de vork in de steel zit, kan best pittig zijn, waardoor projecten en initiatieven vertraging kunnen oplopen. Bij het aanvragen van een vergunning een nieuwe set regels tegenkomen, is enorm frustrerend voor bouwers. Met de Omgevingswet gaan we dat voorkomen.”
De Omgevingswet zorgt er straks voor dat alle regels vanaf het begin duidelijk zijn. Wat natuurlijk voor tijdswinst zorgt. We zijn de afgelopen jaren druk bezig geweest met het reorganiseren van de informatievoorziening. Samen met de bouwsector en gemeenten keken we onder andere naar het vergunningsverleningsproces: welke gegevens hebben de partijen nodig? We kwamen erachter dat bepaalde regels niet duidelijk waren voor de bouwsector. Hoe ze grenzen van een perceel moeten interpreteren bijvoorbeeld. Een paar centimeter kan al het verschil maken tussen haalbaar en niet-haalbaar. Er valt dus veel te winnen door informatie die gemeenten verstrekken te verduidelijken.”
“Maar ook de bouwsector moet informatie sneller delen. Bij het afgeven van een vergunning moeten duizend-en-een factoren gecheckt worden. Van de bouwkundige tekeningen tot de geluidswering. Het uitvoeren van die checks gaat veel sneller wanneer de informatiedeling vlot gaat. Dat wordt mogelijk in het digitale loket van de Omgevingswet: het Omgevingsloket. Tijdswinst aan de kant van gemeenten en aan de kant van de bouwsector betekent een win-winsituatie. Die tijdswinst vraagt om een andere rol voor gemeenteambtenaren. Ze moeten adviseren in plaats van initiatieven afwijzen omdat ze niet aan bepaalde regels voldoen. Van ‘Nee’ naar ‘Ja, mits’. Zo ontstaat er ruimte om in gesprek te gaan met de initiatiefnemers en te onderzoeken hoe het wél kan.”
“In 2021 gaat de Omgevingswet van start. Beginnend met basisvoorzieningen zoals het Omgevingsloket. De tools die nodig zijn om informatie over wetten en regels soepeler te delen. De informatie die daar staat is natuurlijk niet nieuw. De manier waarop die gegevens gebruikt worden, wel. En als het aan mij ligt, houdt het daar niet op. De Omgevingswet moet uiteindelijk leiden tot een digital twin van gemeenten. Een virtuele kopie van een gebied, waarin je kunt aangeven op welke plek je een initiatief wilt starten en meteen ziet of een vergunning mogelijk is of niet.”
100 procent van de tijd
in 20 procent van het project
“Tijdswinst halen we grotendeels uit het voortraject. Dat doen we met conceptueel bouwen. Nederland staat vol met woningen die in de basis veel met elkaar gemeen hebben. Vaak is alleen de gevel anders. Daarom starten we bij conceptueel bouwen altijd met een referentiewoning. Een template als het ware. Vervolgens passen we die aan op de locatie om dan door te ontwikkelen. We passen het uiterlijk en het formaat aan. Op deze manier kunnen we 100 procent van onze tijd steken in 20 procent van de specifieke uitwerking van de woning. Die overige 80 procent is namelijk al bekend. Kortom: we vinden niet telkens opnieuw het wiel uit.”
“In de bouw zie je hoge pieken en diepe dalen. Andere sectoren kennen meer continuïteit. Omdat die continuïteit mist, is bezetting vaak een probleem. Het afvlakken van die pieken en dalen betekent betere bezetting, waardoor we gelijkmatiger kunnen bouwen en uiteindelijk meer opleveren. Dat doen we door onze werkwijze aan te passen. Traditioneel zoeken we capaciteit bij een project. Samen met een partner maken we een projectteam om het werk te realiseren. Tegenwoordig werken we samen met vaste partners. Dat betekent meer continuïteit in capaciteit en meer continuïteit in de beschikbaarheid van personeel.”
Dankzij de steenstriprobot maakt BAM Wonen 12 gevelelementen per dag in plaats van 1.
“In de uitvoering van de bouw zijn we ook druk aan het innoveren. We kijken met partners naar delen die we kunnen industrialiseren. We maken bijvoorbeeld elementen in een fabriek die we op de bouwplaats alleen maar in elkaar hoeven te zetten. Dat versnelt de bouw enorm. Gevelelementen komen compleet met kozijnen, ramen en deuren de fabriek uit. Prefab heet dat. Een groot voordeel van prefab is dat je onder geconditioneerde omstandigheden kan fabriceren. Je bent niet afhankelijk van het weer. Prefabriceren levert 30 tot 40 procent tijdswinst op. Als een element klaar is, wordt het gemonteerd op de bouwplaats en kan er op een traditionele manier gemetseld worden, maar het is ook mogelijk om het element direct met een robot te voorzien van steenstrips, waardoor een compleet element geplaatst kan worden. Dat is veel efficiënter: 12 elementen per dag in plaats van 1.”
“De tijdswinst in de uitvoering is groot. Maar toch winnen we meer tijd door conceptueel bouwen. Op basis van een volledig uitgewerkte referentiewoning met een gestandaardiseerd bouwproces. Je kunt 2 jaar doen over projectontwikkeling, maar het kan ook in 6 maanden.”
Aan bouwprocesversnellende innovaties geen gebrek. Toch lossen ze niet alle problemen op. ING voorspelt namelijk dat de groei in bouwproductie in 2019 afneemt van 6,1 naar 3,5 procent. Hoe dat komt? Een groot probleem in de bouw is de productiviteit. Huiseconoom Mathijs Bouwman van de NOS meldt dat die de afgelopen twintig jaar maar weinig is gestegen. “Terwijl in de industrie de productiviteit heel erg is toegenomen, is de bouw ver achtergebleven. Dat komt doordat de bouw maar heel beperkt geautomatiseerd en gemechaniseerd is. De digitalisering en robotisering werpen maar mondjesmaat hun vruchten af.” Volgens Bouwman ontbreekt het in de bouw aan een innovatieleider. Om dat streefgetal van één miljoen nieuwe woningen te bereiken, is er dus nog heel wat werk aan de winkel. Misschien heeft wolkenkrabberbouwer Zhang Yue nog wat tips?