2
van 6
Rondetafelgesprek
Lees verder

Energietransitie
Hoe pakken gemeenten de regie?

Hoe maak je als gemeente concrete plannen voor de energietransitie? Wij vroegen het 3 experts. “Het begint met data en de juiste kennis.”
9 minuten
De energietransitie is onvermijdelijk. Toch hebben veel gemeenten nog geen concrete plannen. Door de complexiteit van de thematiek weten ze vaak niet goed waar ze moeten beginnen. Om hen op weg te helpen, organiseerden we een rondetafelgesprek met 3 experts: onderzoeker Sanne Hettinga van de Vrije Universiteit Amsterdam, directeur Boris Hocks van Generation.Energy en projectmanager energie Fred Jonker van de gemeente Utrecht. Zij bespreken hoe data en de juiste kennis Nederland kunnen helpen om koploper te worden in de energietransitie.

Gevolgen klimaatverandering beperken

Om de urgentie van de energietransitie helder te krijgen, vroegen we de experts een rampscenario te schetsen. Wat zijn de gevolgen voor Nederland als we helemaal niets doen?
“Het belangrijkste is de lange termijn. De kinderen die in februari demonstreerden op het Malieveld, hebben een punt. Zij ervaren straks de problemen”, begint Hocks. “Toch zijn er ook op korte termijn echte consequenties. Het weer verandert. Het ene warmterecord na het andere sneuvelt, zoals pas de warmste februaridag ooit gemeten. Dat zorgt ook voor nieuwe geopolitieke verhoudingen. Nu halen we gras voor onze veestapel uit Polen als het hier verdroogd is; straks moet het van verder komen. Die invloed van klimaatverandering groeit langzaam. Zo zullen er klimaatvluchtelingen uit Noord-Afrika, het Midden-Oosten en Zuid-Europa komen. Dat ontwricht de maatschappij.” Hettinga: “Nederlanders denken dat ze niets te vrezen hebben. Maar de regenval wordt intenser. In Amsterdam zag ik een paar jaar geleden iemand op een luchtbedje door de straten gaan.” Jonker: “Ik ben 3 meter onder NAP geboren en woon nu 17 meter boven NAP, maar maak me toch meer zorgen over wateroverlast vanwege de rivier bij mijn huis.”

Op goed geluk

Om de gevolgen van klimaatverandering te beperken, is het zaak met de energietransitie aan de slag te gaan. Hoe werken gemeenten daar nu aan?
“Veel gemeenten zijn wel enthousiast, maar missen een vooropgezet plan”, reageert Hocks. “We plannen overal een beetje met goede bedoelingen. Om problemen te voorkomen, moet je scenario’s goed uitwerken. In Leiden was bijvoorbeeld een idee om een hele wijk vol zonnepanelen te leggen. Dankzij scenario-onderzoek ontdekten ze op tijd dat de netbeheerder daarvoor het onderstation moest vervangen. Kosten: 100 miljoen euro. Dat idee kon dus van tafel.” Hettinga: “Netbalancering is een steeds groter probleem. Daar moet je over nadenken voordat je plannen maakt voor zonnevelden, windmolens en warmtepompen. Het hoogspanningsnet is vaak wel goed, maar het laagspanningsnet moet eigenlijk vervangen worden door slimme netten.” Jonker: “Sommige gemeenten werken aan projecten die heel zichtbaar zijn en een sympathieke uitstraling hebben, maar toch niet veel zoden aan de dijk zetten. Op die manier maak je als gemeente onvoldoende impact in de energietransitie.”

Informatie verzamelen

Om te zorgen dat plannen werkelijkheid worden, moet je ze van tevoren goed doordenken. Hoe doe je dat en wat levert planmatig werken precies op?
“Een goede strategie begint met voldoende inzicht bij de ambtenaren, wethouders en raadsleden”, benadrukt Hocks. “Het is ingewikkelde materie, maar je moet de grote lijnen en cijfers kennen. Anders werk je als een kip zonder kop. We hebben een staatscommissie, ROC-studenten en basisschoolkinderen dezelfde serious game laten spelen. Ze maakten vergelijkbare keuzes voor verduurzaming. Dat laat zien dat we vaak beslissen op gevoel of intuïtie in plaats van kennis. Eigenlijk hebben ambtenaren, bestuurders en raadsleden bijles nodig. Ze moeten data beter leren vinden en gebruiken.” Jonker: “Vanuit die kennis kun je heldere plannen en analyses maken. Zo creëer je ook het benodigde draagvlak. Maak keuzes inzichtelijk, ook financieel. Reken-, teken- en puzzelwerk met helder kaartmateriaal draagt enorm bij aan begrip in de wijk.” Hettinga: “Het eerdergenoemde serious gaming helpt om keuzes te maken. We hebben bijvoorbeeld de Minecraft-omgeving Ecocraft met reële data waar scholieren duurzame ideeën kunnen verwezenlijken. Dat levert soms aparte dingen op, zoals zonnepanelen op een wolk – dichter bij de zon. Maar de leerlingen vinden het leuk en zien de gevolgen van hun aanpak. Dat werkt ook voor andere doelgroepen en levert goede ideeën op. Uiteindelijk moet je die verwerken in een totaalplan.”
3 experts in gesprek: Hoe kunnen data en kennis gemeenten helpen in de energietransitie?

Bedrijven en bewoners aanjagen

Goed voorbereide en helder uitgewerkte plannen zijn dus belangrijk. Welke bevoegdheden heeft een gemeente om daar invulling aan te geven? En hoe verhoudt zich dat tot de plannen van andere overheden?
“De uitvoering van de energietransitie is bij uitstek een lokale aangelegenheid”, vindt Hocks. “Gemeenten kunnen vanuit het regionale overzicht op de juiste plaatsen initiatieven opzetten en stimuleren – in afstemming met regio, provincie en rijk. En energie koppelen aan ruimte, zodat oplossingen er ook mooi uitzien. Belangrijk is de omgevingsvisie. Energie raakt alle facetten daarvan, ook bijvoorbeeld mobiliteit en ruimtelijke ordening. Kleinere gemeenten moeten het wiel niet zelf willen uitvinden. Wissel liever best practices uit en neem een kijkje in grote gemeenten. Die hebben vaak al meer uitgewerkt.” Jonker: “Gemeenten zijn de eerste overheid voor burgers en instellingen en dus de aangewezen partij om een klimaattransitie op gang te brengen. Het lastige is dat ze nu zelf nog te weinig bevoegdheden hebben om te kunnen doorpakken. De nationale en Europese eisen die ze moeten handhaven bieden slechts een minimumniveau. Om de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs te halen, is veel meer nodig. Gemeenten kunnen vooral bedrijven en bewoners stimuleren, faciliteren en aanjagen. Voor bedrijven zijn er enkele handhavingsmiddelen, maar burgers kun je weinig verplichten. De Regionale Energie Strategieën (RES) kunnen gemeenten wel inzicht en structuur geven. Die laten ook zien dat we met zijn allen echt aan de bak moeten om de nationale afspraken uit het Klimaatakkoord lokaal in te vullen. Ze helpen om samen met andere overheden te werken aan een integrale aanpak en om het draagvlak bij lokale partners te vergroten.”

De rol van adviesbureaus

Gemeenten kunnen van elkaar leren of een externe partij inschakelen, zoals een adviesbureau. Wat levert dat op?
“In de ideale situatie is een adviesbureau niet nodig, omdat gemeenten dan zelf voldoende kennis in huis hebben”, vertelt Hocks. “Maar op dit moment is dat niet zo. Gemeenten denken bijvoorbeeld nog te weinig na over de ruimtelijke gevolgen van de energietransitie. Adviesbureaus kunnen met reken- en tekenwerk laten zien wat verschillende keuzes betekenen. Zet je bijvoorbeeld windmolens op het laatste restje grond dat er nog is of kun je de ruimte in een groter gebied beter helemaal opnieuw inrichten? Nieuw landschap maken is mogelijk. Denk aan opgaven uit het Deltaprogramma, zoals ‘Ruimte voor de rivier’. Geef energieproductie een eigen plek in de leefomgeving in plaats van hier en daar iets – met overal weerstand.” Jonker: “Bureaus helpen gemeenten om kennis te ontwikkelen en over te dragen. En om datasets en rekentools te uniformeren en up-to-date te houden. Zodat iedereen zoveel mogelijk met dezelfde getallen en aannames werkt. Het moet ook transparant zijn waar data vandaan komen.”
‘In Nederland hebben we de data en kennis om koploper te zijn’

Aan kop met data

Data, rekentools en visualisaties vormen de basis voor transitieplannen. Welke data zijn er en wat kun je er precies mee?
“In de gebouwde omgeving is de Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG) de ruggengraat”, stelt Hettinga. “Voor wijkplannen op het gebied van energietransitie zijn bouwjaar en woningtype het begin, gecombineerd met oppervlakte, inhoud, eigendomsgegevens en soms zelfs WOZ-data. Maar voor goede plannen op individueel niveau zijn veel meer data nodig. Daarom experimenteren we nu met gedetailleerdere modellen. Die zijn alleen duur en niet altijd beschikbaar, soms ook in verband met privacy.” Jonker: “Op basis van energieonderzoeken bij individuele woningen is het goed mogelijk om een model te voeden met gegevens en zo meer inzicht te geven aan de bewoner. En voor het doorrekenen van transitiescenario’s op wijk- of gemeenteniveau zijn diverse modellen beschikbaar.” Hocks: “Bij een Europees project merkte ik dat andere landen veel minder data beschikbaar hebben. In Nederland hebben we de data en kennis om koploper te zijn. Maar de uitvoering blijft achter. Nu moeten we er juist met zijn allen de schouders onder zetten. Kennis en data delen en samen plannen maken, ook met alle betrokkenen.”
3 experts
Fred Jonker, projectmanager energie bij gemeente Utrecht.
3 experts
Boris Hocks, directeur bij adviesbureau Generation.Energy.
3 experts
Sanne Hettinga, promovenda aan de VU Amsterdam.

5 essentiële stappen in de energietransitie

In Nederland zijn enorm veel data en kennis beschikbaar. Nu is het zaak dat gemeenten die informatie omzetten naar concrete plannen voor de energietransitie. De volgende 5 stappen zijn daarbij cruciaal.

Verzamel data en feiten

Om goede plannen te maken, is voldoende kennis van zaken vereist. We zijn nog maar een paar jaar bezig met de energietransitie. Het is dan ook niet gek dat ook gemeenten nog veel moeten leren. Ga uit van wat specialisten zeggen. Maak gebruik van beschikbare data en rekentools om te bepalen welke keuzes het meeste effect hebben. En zorg dat die data op orde zijn en blijven.

Denk na over ruimtelijke gevolgen

Energie is niet los te zien van de ruimte. Net als wonen, recreëren en werken verdient ook energieproductie een eigen plek in de omgeving. Nu heeft alle ruimte al een functie en moeten we energie toevoegen. Dat vraagt om een goede afweging voor het combineren of veranderen van functies. Bekijk het landschap als geheel en zorg dat het er na de energietransitie mooi uitziet.

Stel een geïntegreerd plan op

Werk niet op basis van losse initiatieven, maar houd het regionale en nationale overzicht voor ogen. Energie en klimaat verdienen een belangrijke plaats in de omgevingsvisie. Ga planmatig en gestructureerd te werk. Heldere plannen en analyses helpen om meer draagvlak te creëren bij burgers en bedrijven.

Maak keuzes inzichtelijk

Gebruik duidelijke berekeningen en tekeningen om plannen te onderbouwen. Laat zien hoe complex de rekensom in de ruimte is, maar ook welk resultaat het oplevert. Heldere interactieve kaarten waar de gebruiker goed wijs uit kan, helpen om mensen een stap te laten zetten. Sluit aan op de belevingswereld van de doelgroep en maak duidelijk wat plannen voor gebruikers persoonlijk betekenen, ook financieel.

Werk samen

Sluit aan bij plannen die er al zijn, bijvoorbeeld van een grotere gemeente in de buurt. En gebruik de nationale en regionale richtlijnen en strategieën als kader. Schakel indien nodig externe experts in. Durf wel af te wijken van de standaard manier om energie een plek te geven. Nieuwe oplossingen en anders denken zijn nodig, maar pas als de oplossing niet in de buurt of elders te vinden is. Ook belangrijk: laat alle betrokken partijen van begin af aan meedenken. Dat levert goede ideeën op en voorkomt veel weerstand.

De energie-experts

Sanne Hettinga doet als promovenda aan de VU Amsterdam onderzoek naar milieumodellen op basis van 3D geografische datasets en heeft veel kennis van maatschappelijke participatie die zij in haar modellen toepast.
Boris Hocks adviseert met Generation.Energy onder meer gemeenten op het gebied van ruimte en energie en was deelnemer aan de klimaattafels.
Fred Jonker is bij de gemeente Utrecht senior projectmanager energie voor Overvecht-Noord, de eerste wijk van Nederland die is aangewezen om aardgasvrij te worden. Ook werkt hij aan de totstandkoming van een ‘Stadsakkoord Aardgasvrij’.