1
van 4
Visie
Lees verder

Een klein land moetgroot
denken

4 experts over de
energietransitie

9 minuten
Deel dit artikel
“Goede ruimtelijke inrichting draait om het benutten van kansen waarmee win-winsituaties ontstaan. Kijk naar het project ‘Ruimte voor de Rivier’ van Rijkswaterstaat. Dat project vergroot de waterveiligheid door rivieren de mogelijkheid te geven buiten hun oevers te treden. Dankzij het IJsseldeltaprogramma daalt de kans op overstromingen. Tegelijkertijd levert het nieuwe natuur, recreatie, efficiënte landbouwgrond, ingepaste infrastructuur en woonlocaties op.”
Friso de Zeeuw Friso de Zeeuw
emeritus praktijkhoogleraar
Gebiedsontwikkeling
Technische Universiteit Delft
“R
uimte voor de Rivier is een schoolvoorbeeld van hoe verschillende gebiedsfuncties samengaan in de ruimtelijke inrichting. En elkaar zelfs versterken, in plaats van tegenwerken. Als praktijkhoogleraar zeg ik altijd: “Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling kunnen een oorlog zijn waarin belangen en functies genadeloos botsen. Laten we er in plaats daarvan een judowedstrijd van maken: vriendschappelijk, beheerst en met vaste spelregels. Dan excelleren de plannen pas écht.”
“De vraag is of we een judopartij kunnen maken van de energietransitie. Die stelt ons voor misschien wel de grootste uitdaging ooit op het gebied van ruimtelijke inrichting. Een opgave die we bovendien buitengewoon snel moeten uitvoeren. Wind- en zonne-energie bieden ons daarvoor nu de meeste kansen. Dat betekent dat we véél meer zonne- en windmolenparken moeten aanleggen dan we nu doen. Zoveel, dat de denktank DenkWerk onlangs berekende dat we Nederland voor 25 procent moeten volbouwen met windmolens en zonneparken. Alleen zo halen we de doelstelling van Parijs. Dat is natuurlijk onmogelijk.”

Opdraaien voor de duurzame ambities van de kosmopolitische stedelingen

“De haalbaarheid daargelaten: willen we overal windmolens? Vinden we dat als samenleving, als land, wenselijk? Ik denk van niet. Recente, grootschalige plannen die nu in realisatie zijn, wekken al weerstand op. In Zuidoost-Drenthe strooien mensen asbest op plekken waar windmolens moeten komen. Daar heeft het doordrukken van de plannen tot een halve burgeroorlog geleid. Ook in Noord-Holland zijn omwonenden klaar met de alsmaar toenemende windmolenplannen van de provincie: ze hebben het idee dat zij opdraaien voor de duurzame ambities van de ‘kosmopolitische stedelingen’. Die gevoelens nemen alleen maar toe.”

Windmolen van 2 keer de Domtoren

“Deze situaties maken duidelijk dat windmolens weinig win-winkansen bieden. Ze laten zich niet goed combineren met andere functies, zoals wonen, natuur of recreatie. Je kunt mensen belonen voor het wonen naast zo’n gevaarte, maar uiteindelijk wil bijna niemand écht een windmolen in zijn achtertuin.”
‘Nederland
is gewoon te
klein en te vol’
“Ook wringen windmolenplannen vaak met andere ruimtelijke opgaven. Een voorbeeld: al in de jaren 90 werd het gebied Rijnenburg ten zuiden van de stad Utrecht aangewezen als plek voor een nieuwe woonwijk met 20.000 woningen. Gezien de huidige woningnood geen overbodige luxe, maar nu het moment daar is, veranderde het huidige gemeentebestuur van gedachten.”
“Het plan is om 8 giga-windmolens in Rijnenburg te plaatsen. Ze zijn 2 keer zo hoog als de Domtoren en worden ook nog omringd door 230 hectare aan zonnepanelen. Ondertussen komen die windmolens wél in een mooi, groen weidegebied tegen het Groene Hart aan te staan. Willen we de ruimtelijke kwaliteit van Nederland op deze manier geweld aandoen?”

Confettilandschap dreigt

“Wat er in Utrecht gebeurt, is een direct gevolg van het te ver doorgeschoten decentrale beleid. De Haagse politiek legde sinds 2003 deze en andere ruimtelijke opgaven neer bij provincies en gemeenten. Zij kregen min of meer de vrije hand bij ruimtelijke inrichting.”
“De Omgevingswet past ook in die trend. Dus mogen nu 30 regio’s – samenwerkende gemeenten en provincies – in het kader van de Regionale Energie Strategie (RES) proberen voor 35 Terawattuur de ruimte te zoeken om duurzame energie op te wekken. Als dat ze al lukt, dan leidt dat hoe dan ook tot een ‘confettilandschap’: versnipperd, vol en onherkenbaar.”

Te klein en te vol voor deze reuzeopgave

“Deze grote opgave en die van woningnood vragen om meer regie van bovenaf. Niet dictatoriaal, maar juist in wisselwerking met andere overheden en de samenleving. En ondersteund met investeringsbudgetten gericht op meer publiek-private samenwerking. De terugkeer van een ministerie dat verantwoordelijk is voor ruimtelijk inrichting, wonen en mobiliteit lijkt me verstandig. Nu huurt ruimtelijke planning een zolderkamertje bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken.”
“Als ik het op zo’n departement voor het zeggen zou krijgen, dan pak ik de energietransitie-opgave er nog eens bij. Is deze opdracht realistisch, op basis van de kennis en ruimte die we nu hebben? Dat is het niet. Niet zonder enorme weerstand op te wekken in de samenleving. Niet zonder alle andere gebiedsfuncties geweld aan te doen en niet zonder de ruimtelijke kwaliteit van Nederland ernstig te schaden. Nederland is gewoon te klein en te vol om deze reuzeopgave te halen. We hebben geen enorme vlaktes waar we hele windmolenparken kwijt kunnen zonder dat iemand er last van heeft, zoals in Noord-Duitsland. En de Noordzee moet bevaarbaar blijven.”

Voorkom een windmolen op elke straathoek

“Kijk, ik ben geen klimaatontkenner. Ons energiesysteem móet veranderen, dat zie ik ook. Als je met een grote waterstofcentrale aan de kust écht een verschil kan maken, dan moet je daarvoor alles op alles zetten. Maar om nu zoveel schade te veroorzaken en zoveel weerstand op te roepen voor een windmolen met een minieme bijdrage, lijkt mij niet wenselijk. En dan laten we de miljarden kostende benodigde ondergrondse modernisering van onze infrastructuur nog buiten beschouwing.”
“Hoe we de transitie dan wel moeten aanpakken? Laten we kiezen voor de weg van de geleidelijkheid. Pas duurzame energie op een ruimtelijk verantwoorde manier in het landschap in. En werk doorlopend aan draagvlak. Kijk hoe ver je daarmee komt en vul het tekort aan duurzame energie aan met inkoop of exploitatie over de grens. Binnen de RES zie je ook dat de mogelijkheden voor duurzame energie van regio tot regio verschillen en regio’s afspraken maken over overschotten. Dat kun je tussen landen natuurlijk ook realiseren en zo maak je van de energietransitie een judopartij.”

3 experts aan het woord

Theo Overduin
Adviseur informatievoorziening
NP RES
Pauline Tiecken
Projectmanager Energietransitie
Apeldoorn
Willem van Wingerden
Procesbegeleider ruimte-ateliers
RES Rivierenland
‘Alle regio's pakken
de handschoen op’
2 minuten
Deel dit artikel
“Het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie (NP RES) helpt 30 regio’s voor 2030 de omschakeling te maken naar duurzame energie. De verantwoordelijkheid ligt bewust bij de regio’s. Het idee is: provincies, gemeenten en waterschappen weten zelf het best waar de kansen liggen. Het risico van de aanpak is dat regio’s hun verantwoordelijkheid gaan afschuiven. NP RES is geen schoolmeester. Maar ze weten ook: komt er geen schot in, dan wordt het moeten. Dan wijst de Rijksoverheid straks misschien zelf gebieden aan voor dat windmolen- of zonnepark.”
“D
e ene regio heeft natuurlijk meer ruimte dan de andere. Maar wist je dat alleen door daken te voorzien van zonnepanelen, veel regio’s al een flink deel van hun doelstellingen kunnen behalen? In gebieden met minder bebouwing zijn weer meer windmolens mogelijk.”
“Wat belangrijk blijft, is eerlijk zijn, want dit gaat ergens pijn doen. En natuurlijk stel je nooit iedereen tevreden. Zeker niet zolang sommige politieke partijen klimaatverandering glashard ontkennen. Maar het kán. Als je ziet dat de RES-regio Zeeland nu al zijn doelstelling heeft bereikt, dat de regio Amsterdam zijn plannen ook al klaar heeft en dat een provincie als Gelderland voor 2030 nu al veel ambitieuzere plannen heeft, dan kan ik niet anders dan optimistisch zijn.”
‘We kunnen het
niet alleen’
2 minuten
Deel dit artikel
“Als gemeente kunnen we zeggen: hier komen windmolens. Dan start het vergunningstraject, krijg je bezwaren en bouwt de weerstand op. Het proces wordt er niet sneller van. Of prettiger.”
“L
iever nemen we die gevoelens en bezwaren vooraf al zoveel mogelijk weg. Door mensen goed mee te nemen in wat we willen, maar vooral door te kijken naar gezamenlijke voordelen. Een kleine groep burgers wil uit idealisme een omslag maken, maar een meerderheid denkt: wie gaat dat betalen? Wij willen graag dat een wijk of een dorp ook profiteert van dat zonnepark verderop. Samen de lasten en de lusten verdelen.”
“Ook Apeldoorn moet op termijn van aardgas naar andere bronnen overschakelen. In 4 proefwijken kijken we samen met stakeholders en inwoners naar alternatieven. Eén wijk willen we aansluiten op een warmtenet dat de restwarmte gebruikt van het nabijgelegen Waterschap. Maar dit kan niet overal. Dus zoeken we naar alternatieven: woningen elektrisch verwarmen, collectieve inkoop van energie door burgers en het samen ontwikkelen van initiatieven met andere gemeenten.”
“En natuurlijk proberen we binnen de gemeente ruimte te vinden voor windmolens en zonneparken. Nee, dat lukt niet altijd. Dus moet je creatief zijn en het gesprek moeten blijven opzoeken. De weerstand is soms hevig. Kennis is aan beide kanten niet altijd volledig of eenduidig en er komen veel emoties bij kijken. Het laat zien: een transitie gaat geleidelijk, met vallen en opstaan. Met tegenstand en oponthoud. Om verder te komen, hebben we alle hulp nodig. Niet alleen van het rijk, maar ook van andere gemeenten, bedrijven en de burgers zelf. Samen moet het lukken.”
‘Kaarten brengen
belangen bij elkaar’
2 minuten
Deel dit artikel
“Ik zie mezelf als een verkenner voor de energietransitie in de regio Rivierenland. Waar kan het duurzaam opwekken van energie ingepast worden in het landschap en waar willen we dat niet? Er zijn hier open, landschappelijk waardevolle komgronden. Veel mensen zitten niet op windmolens of zonneparken te wachten. Anderen zien juist kansen om als regio energieneutraal te worden en geld te verdienen aan de opwekking.”
“W
at is wenselijk, hoe verenigen we al die verschillende wensen en eisen? Die vragen proberen we te beantwoorden in de ruimte-ateliers. Daarna is het aan de gemeenten die knopen door te hakken. Ik merk dat steeds meer mensen de noodzaak zien. Zeker als we laten zien dat de financiële opbrengsten enorm kunnen zijn.”
“Er zijn altijd mensen die faliekant tegen windmolens zijn. Maar mijn ervaring is dat een grote groep best openstaat voor zonneparken of windmolens. Luister naar hun ideeën en zorgen. In de kritische geluiden zit informatie die helpt bij een kwalitatief betere Regionale Energiestrategie (RES).”
“Geodata, vooral kaarten, zijn heel handig bij de ruimte-ateliers. Omdat ze feiten vertegenwoordigen, mensen herkennen hun eigen gebied. Het is een waardevol eerste uitgangspunt voor gesprekken. Omwonenden krijgen een goed idee van de schaal. Ze zien zo dat die windmolen helemaal niet zoveel plaats inneemt en dat er nog volop ruimte is voor een boerenbedrijf of mooie natuur. Dat werkt. Belangen en ambities komen zo een stuk dichter bij elkaar.”

Nieuwste issue van
The Meridian in je inbox?